Biechtgelegenheid

Op verzoek van verschillende parochianen is er een vaste gelegenheid om het Sacrament van de Verzoening (de Biecht) te ontvangen tijdens de Stille Aanbidding elke 2de zondag van de maand na de Heilige Mis. U heeft ook de mogelijkheid om telefonisch een afspraak te maken voor een ander tijdspunt met Pastoor van Dril. Het Sacrament van de Biecht is door de paus in het kader van het Jaar van de Barmhartigheid bijzonder in de schijnwerpers geplaatst.



Dit jaar heeft de paus uitgeroepen tot een bijzonder jubeljaar: het jaar van Gods Barmhartigheid. Alles wat leeft en ademhaalt vindt zijn oorsprong in Gods Liefde. Wij, mensen, die ons dat bewust mogen zijn, wij hoeven niet anders te doen dan deze liefde, dit mededogen, deze barmhartigheid te beantwoorden en ernaar te leven. Gods Zoon zelf heeft ons getoond hoe dat te doen. De weg ertoe ligt wijd open.

Enige tijd geleden gaf de paus nog een aansporing: “We zijn halverwege het Jubeljaar. Onderzoek je geweten: heb ik al een speciale daad van barmhartigheid gedaan, waarmee zichtbaar wordt dat Gods barmhartigheid door mij heen werkt naar andere mensen?” Uit jezelf lukt dat allemaal niet. We zijn er eerder toe geneigd het kwade te doen en voor onszelf te kiezen. (De schuld van de erfzonde.) We zijn ook niet instaat uit onszelf iets goeds te doen, als Gods Liefde ons niet trekt. Zoals een kind pas van zijn ouders kan houden, als het de ouderliefde ervaren heeft. De paus geeft daartoe een handreiking, die velen van ons helemaal niet populair in de oren klinkt. De paus zegt: Ga biechten; laat je met God verzoenen. Daar hoor je Jezus zelf zeggen in de persoon van de priester: ‘Ik vergeef je je zonden. Het kwaad dat je deed, het is er niet meer. Ik wil er niet meer over horen, want jij bent mijn geliefd kind! Kortom, ik hou van jou!’ Dus: wat is de zin van biechten? Persoonlijk mag je de Heer horen zeggen: Ik houd van je.

Nu zult u misschien opwerpen: ‘daarvoor hoef ik toch niet te biechten? Ik weet toch wel dat God van me houdt. Ook al ga ik af en toe een beetje over de schreef. Bovendien, ik zou niet zo gauw weten wat ik verkeerd doe. Nee, het gaat eigenlijk wel goed. Ik gun ieder het zijne. En God kan eigenlijk best wel tevreden met me zijn.’ Kijk nu even naar de bekende gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar (Lucas 18, 9-14), die Jezus vertelt met het oog op sommigen die overtuigd zijn van eigen gerechtigheid. Jezus’ oordeel over hen is niet mis: alwie zich verheft zal vernederd worden. De farizeeër was erg tevreden met zichzelf. De tollenaar bad: God, wees mij, zondaar, genadig.

We weten wellicht nog wel wat er voor een goede biecht nodig is: je geweten onderzoeken en je tekorten en zonden uitspreken tegen een priester. En je moet er berouw over hebben. De afgelopen tientallen jaren is bij erg veel mensen de biecht in onbruik geraakt. Ik denk dat er ook priesters waren die er niet zo’n belang aan hechtten en dat ook durfden zeggen. In veel parochies ligt er eigenlijk een taboe op de biecht om het daarover nog te hebben. En daarmee hebben we in feite een van de zeven sacramenten afgeschaft, zomaar geruisloos.

En nu hebben we een paus die de ‘ouderwetse’ boodschap wereldwijd onder onze aandacht brengt. Nog maar zestig jaar geleden waren de Nederlandse katholieken het braafste kind van de klas, een wereldwijd voorbeeld: nergens zo’n intensief kerkelijk leven, zoveel missionarissen, christelijke verenigingen, enz. Nederland werkelijk een gidsland. En we waren roomser dan de paus. Het kan echter verkeren. Dertig, veertig jaar geleden kwamen mensen zelfs in opstand tegen ‘Rome’, of legden een grote onverschilligheid aan de dag voor de boodschap die speciaal voor ons bestemd was.

Gelukkig lijkt het tij nu te keren. Paus en bisschoppen zijn er om te waken over de zuiverheid van het katholieke geloof. Niet alleen voor onszelf, vooral om een veilig kompas te zijn voor de ontwikkeling van heel de mensengemeenschap op aarde, op weg naar de voltooiing in het Koninkrijk van God. Laten we ons iets aan deze boodschap gelegen liggen? Durven we het aan te luisteren naar een boodschap die ongemakkelijk in de oren klinkt? En ernaar te handelen?

pastoor J. van Dril

< terug